Grades
Kindergarten
1st
2nd
3rd
4th
5th
6th
7th
8th
9th
10th
11th
12th
Higher Ed
Adult Ed
Other
Subjects
ELA
Math
Science
Social Studies
Art
Computer Science
French
German
Music
Physical Education
Spanish
Other
Private Library
Team Premium
Criminaliteit en Rechtsstaat 1 4E
starstarstarstarstarstarstarstarstarstar
by Joost Maatman
| 25 Questions
Note from the author:
Maatschappijkunde KGT Examen vragen Criminaliteit
1
1 pt
Lees tekst 1
Wie heeft het gluren verboden?
A de burgemeester
B de gemeenteraad
C de regering
D het parlement
2
1 pt
Tekst 2 is een Twitterbericht van de politie Rotterdam.
Over welke taak van de politie gaat dit bericht?
A hulpverlening
B opsporing van strafbare feiten
C preventie
D vervolging
3
1 pt
Van welk verschijnsel is sprake in afbeelding 1?
A eigenrichting
B klassenjustitie
C recidive
D sociale ongelijkheid
4
1 pt
Frits Bakker vindt de financiering van de rechtspraak in Nederland te veel een politieke keuze en vindt dat niet in een rechtsstaat horen.
Welk kenmerk van de rechtsstaat wordt volgens Bakker aangetast?
A Burgers hebben grondrechten
B De overheid is gebonden aan de wet.
C handhaving van de openbare orde
D trias politica
5
1 pt
Wat moet tweemaal op de puntjes in tekst 5 worden ingevuld?
A de Hoge Raad
B de minister van Justitie
C de strafrechter
D het gerechtshof
E het Openbaar Ministerie
6
1 pt
Een rechtszitting verloopt in een bepaalde volgorde.
Welke onderdelen zijn al geweest vóór het beschreven onderdeel in tekst 6?
A aanklacht en pleidooi
B opening en requisitoir
C tenlastelegging en verhoor van getuigen
D verhoor van deskundigen en laatste woord
7
2 pts
Onder welk beleidsterrein valt het snelrecht ?
8
1 pt
Welk soort beleid wil de wethouder in tekst 1?
A alleen een repressief beleid
B alleen een preventief beleid
C zowel een preventief als een repressief beleid
9
1 pt
Van welk verschijnsel is er in tekst 6 sprake?
A beeldvorming
B eigenrichting
C klassenjustitie
D resocialisatie
E sociale ongelijkheid
10
1 pt
Maak gebruik van tabel 1.
Hieronder staan vier uitspraken over tabel 1:
1 Vrouwen voelen zich onveiliger dan mannen.
2 Ouderen voelen zich onveiliger dan jongeren.
3 Mensen met een uitkering voelen zich onveiliger dan mensen die betaald
werk verrichten.
4 Autochtonen voelen zich onveiliger dan allochtonen.
Welke cobinatie is juist?
A 1 juist , 2 juist, 3 juist, 4 onjuist
B 1 onjuist, 2 juist, onjuist , 4 onjuist
C 1 juist, 2 onjuist, 3 juist, 4 onjuist
D 1 juist, 2 onjuist, 3 juist, 4 juist
11
1 pt
De rechter kan hoofdstraffen, bijkomende straffen en maatregelen opleggen aan een verdachte. Wat voor soort straffen of maatregel heeft de rechter de verdachte in deze uitspraak opgelegd?
A een bijkomende straf en een maatregel

B een hoofdstraf en een bijkomende straf
C een hoofdstraf en een maatregel
D twee bijkomende straffen
E Twee Hoofstraffen
12
1 pt
Stel dat de Dordtenaar in tekst 16 in hoger beroep gaat tegen de opgelegde straf. Bij welke rechterlijke instantie wordt het hoger beroep behandeld?
A bij de afdeling kanton van de rechtbank
B bij de afdeling strafrecht van de rechtbank
C bij de Hoge Raad
D bij het Gerechtshof
13
1 pt
Doelen van straffen zijn onder andere:
1 afschrikking
2 beveiliging van de maatschappij
3 genoegdoening aan het slachtoffer
4 resocialisatie
5 vergelding
Op grond van welke twee doelen van straffen is de man uit tekst 16 veroordeeld?
Kies twee nummers uit bovenstaand rijtje.
1 afschikking
2 beveiliging van de maatschappij
3 genoegdoening van het slachtoffer
4 resocialisatie
5 vergeliding
14
2 pts
Personen die tijdens de jaarwisseling 2008-2009 voor vuurwerkoverlast hadden gezorgd en rellen hadden geschopt, stonden op 3 januari 2009 al voor de rechter. Bij veroordeling moesten zij de straf meteen uitzitten. De straf die het OM eiste, lag vanwege de jaarwisseling 2,5 keer zo hoog als normaal.
Welke drie begrippen zijn van toepassing op deze situatie?
Kies drie nummers uit onderstaand rijtje.
1 resocialisatie
2 preventief beleid
3 vervolgingsbeleid
4 overtreding
5 lik-op-stukbeleid
15
1 pt
Zie afbeelding 2.
In 2008 en 2009 kwam het hinderen en zelfs aanvallen van hulpverleners zoals ambulance-personeel regelmatig in het nieuws.
Wat is de verklaring voor dit criminele gedrag?
A De gelegenheid die zich voordoet om crimineel gedrag te vertonen.
B Door de recessie hadden meer mensen te maken met slechte leefomstandigheden.
C Het vervagen van de waarden en normen in de samenleving
D Mensen maken zich opnieuw schuldig aan strafbare feiten omdat de omgeving het etiket ‘crimineel’ op hen heeft geplakt.
16
1 pt
Welke uitspraak naar aanleiding van tekst 18 is juist?
A De 18-jarige heeft voor de kinderrechter terecht gestaan, maar is veroordeeld volgens het volwassenenstrafrecht.
B De 18-jarige is vanwege zijn leeftijd veroordeeld volgens het volwassenenstrafrecht.
C De rechter achtte het misdrijf bewezen, dus hoger beroep is niet mogelijk
D Familie van het slachtoffer kan in hoger beroep gaan, omdat zij de straf te laag vinden.
17
1 pt
Welke term is weggelaten op de puntjes in tekst 19?
A beeldvorming
B eigenrichting
C klassenjustitie
D resocialisatie
18
2 pts
Criminaliteit is een tijd- en plaatsgebonden begrip. Herken je in tekst 20 een voorbeeld van criminaliteit als een tijdgebonden begrip of als een plaatsgebonden begrip?
Geef een verklaring voor je keuze

19
1 pt
Er is een aantal verklaringen waarom iemand crimineel gedrag vertoont.
Welke verklaring voor crimineel gedrag is af te leiden uit tekst 21?
A De gelegenheid maakt de dief.
B Psychische problemen in het gezin.
C Er is gebrek aan maatschappelijke bindingen.
D Het is aangeleerd gedrag.
20
1 pt
Lees tekst 23.
Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de winkeliers werd bestolen.
Wat voor soort onderzoek wordt hier bedoeld?
A daderonderzoek
B politiestatistieken
C rechtbankverslagen
D slachtofferonderzoek
21
1 pt
In tekst 2 is de naam van de politieke partij weggelaten.
Van welke politieke partij is tekst 2?
A GroenLinks
B PVV
C VVD
22
1 pt
Lees tekst 3.
De rechter heeft aan het einde van de rechtszaak het vonnis uitgesproken. Hoelang moet de 15-jarige jongen direct na afloop van de rechtszaak nog in hechtenis?
A 0 dagen, want hij heeft al 39 dagen in voorlopige hechtenis gezeten.
B 30 dagen, maar als hij zich niet goed gedraagt, moet hij 69 dagen zitten.
C 39 dagen, want hij heeft al 30 dagen voorwaardelijk in de cel gezeten.
D 69 dagen, maar als hij zich goed gedraagt, mag hij na 39 dagen naar huis.
23
1 pt
lees tekst 8.
Er zijn vijf doelen van straffen:
1 beveiligen van de maatschappij 2 genoegdoening aan het slachtoffer 3 het voorkomen van eigenrichting 4 preventie 5 vergelding
Op welke twee doelen van straffen ligt de nadruk bij de straf van de Haagse
vastgoedhandelaar? Kies twee nummers uit bovenstaand rijtje.
1 beveiligen van de maatschappij
2 genoegdoening aan het slachtoffer
3 het voorkomen van eigenrichting
4 preventie
5 vergelding
24
1 pt
De overheid omschrijft strafbaar gedrag in wetten. In welk wetboek of in welke wet is het strafbare gedrag uit tekst 8 opgenomen?
A Opiumwet
B Wet Economische Delicten
C Wetboek van Strafrecht
D Wetboek van Strafvordering
25
1 pt
Lees tekst 9
Er zijn verschillende soorten van overheidsbeleid om crimineel gedrag te bestrijden. Onder welk overheidsbeleid valt het plaatsen van nieuwe verlichting?
A oporingsbeleid
B preventief beleid
C repressief beleid
D vervolgingsbeleid
Add to my formatives list