Les 3 Formuleren Talitha Visser
starstarstarstarstarstarstarstarstarstar
by Talitha Visser
| 24 Questions
Note from the author:
Les 3 van lessenreeks beter formuleren
1
1 pt
Vraag 1: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
2
1 pt
Vraag 1: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
3
1 pt
Vraag 1: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
4
1 pt
Vraag 1: A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

5
1 pt
Vraag 2: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
6
1 pt
Vraag 2: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
7
1 pt
Vraag 2: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
8
1 pt
Vraag 2 A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

9
1 pt
Vraag 3: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
10
1 pt
Vraag 3: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
11
1 pt
Vraag 3: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
12
1 pt
Vraag 3 A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

13
1 pt
Vraag 4: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
14
1 pt
Vraag 4: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
15
1 pt
Vraag 4: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
16
1 pt
Vraag 4 A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

17
1 pt
Vraag 5: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
18
1 pt
Vraag 5: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
19
1 pt
Vraag 5: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
20
1 pt
Vraag 5 A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

21
1 pt
Vraag 6: Wat voor een soort vraag/opdracht is dit?
A Vraag/opdracht zonder inleidende context.
B Vraag/opdracht met relevante inleidende context.
C Vraag/opdracht met niet relevante inleidende context.
22
1 pt
Vraag 6: Wat is het doewoord in de vraag/opdracht?
23
1 pt
Vraag 6: Wat zijn de puntwoorden in de vraag/opdracht?
24
1 pt
Vraag 6 A. Leg de puntwoorden allemaal uit:
B. Formuleer een concluderende slotzin:

Add to my formatives list

Formative uses cookies to allow us to better understand how the site is used. By continuing to use this site, you consent to the Terms of Service and Privacy Policy.